Van jongs af aan is tekenen zijn passie. In 1974 volgt Bosch een twee jaar durende traditionele schilderopleiding bij Jan Grunstra, één van de leerlingen van de Haarlemse kunstschilder
Henri Frederic  Boot. Grote namen als Jheronymus Bosch, Salvador Dali maar met name René Magritte inspireerden Bosch destijds. Gaandeweg passeren meer roemruchte kunstenaars de revue. Nog een lichtend voorbeeld was Carel Willink. De Dada beweging liet zijn sporen na. De denkbeelden van Magritte en de visie van het Dadaïsme veranderen zijn manier van kijken naar de werkelijkheid voorgoed.

 

 

 

 

Tussen 1980 en 1990 volgt een verdieping in het ambachtelijke schilderwerk van de Oude Meesters. Een Italiaanse Meester die Bosch mateloos intrigeert is Caravaggio. Deze zestiende eeuwse klassieker blinkt uit in zijn ingetogen, trefzekere, realistische schilderwerk.

Het was een uitdaging om een “moderne” vertaalslag te maken van gedegen oude schildertechnieken naar geometrisch ruimtelijk werk.

Bosch schildert en tekent in de tachtig en negentiger jaren “bouwerken” waar bij nadere beschouwing altijd iets aan lijkt te mankeren. Deze “extra’s” geven de constructies een bijzondere gelaagdheid en hebben een vervreemdende uitwerking.

Vanaf 2008 begint Bosch het geometrische werk los te laten en laat het werk zich het best omschrijven als vrijer en associatief beeldend. Door absurde, associatieve invallen blijft Bosch echter vervreemding creëren.

Omstreeks 1980 leert hij de kunstenaar Hans van der Graft kennen. Een innige vriendschap ontstaat. Vele vurige en diepzinnige gesprekken volgen. De vriendschap duurt tot aan Hans zijn plotselinge dood in 2009. Hans heeft hem aangemoedigd zijn werk te exposeren. Van 1990 tot 2000 hebben Hans en Arjan samen diverse keren geexposeerd, waaronder een aantal keren tijdens hun KZOD lidmaatschap.

 

 

 

 

 

Bosch verzorgt vanaf 2008 de cursus “Klassiek en modern olieverfschilderen” aan
de Volksuniversiteit De Kulturele Raad te Hillegom.